De winter is verganghen
Ic sie den mei virtuyt
Ic sie die bloemkens hanghen,
Des is mijn hert verblijt?
In de voortuin van Shelter 68 werd een notelaar geplant door de volgende bewoners .
Het gebouw heeft een toekomstperspectief.
Op de Slachthuislaan bloeien de paasbloemen
De zon schijnt.
De notelaar zal bloeien
De notelaar zal vruchten dragen
De notelaar heeft een toekomstperspectief.
Een nieuwe lente, een nieuw geluid.
En toch is mijn hart niet verblijt.
Ze moeten vertrekken
Geen bed meer
Want de zon schijnt
Dat is hun toekomstperspectief.
Misschien op de Groenplaats of op 't Astridplein
Zwaai ik hen goeiedag, deel ik met hen een sigaret of een Cara pils
Maar Ik weet zeker:
"We'll meet again don't know where don't know when, but I know we'll meet again some Sunny day"
Marijke, Dispatch shelter 68
De Antwerpse Winterwerking
Een blog over het reilen en zeilen van de Antwerpse Winterwerking binnen CAW De Terp.
vrijdag 30 maart 2012
woensdag 28 maart 2012
Loslaten
We zijn aan’t eind gekomen van de Winterwerking 2011-2012.
De evaluaties zijn achter de rug: “wat er goed gegaan is, en wat volgende winter beter kan”.
Het is tijd om los te laten, te “onthechten” van datgene waarmee we vertrouwd zijn geraakt, van hèn waarmee we 4 maand lang wèl & wee hebben gedeeld. Ik zal de herinnering aan deze onvergetelijke en verrijkende ervaring altijd blijven koesteren.
Ook de wintergasten tellen af, nog 5 nachten slapen ”in een comfortabel bed”, en daarnà…?
Sommigen blijven optimistisch: “ik vind wel ergens een plekje, en ’t is lente!”zegt onze stoere ‘Nijinsky’ (‘Le Sacré du Printemps’, hij weet er alles van! ; )
Maar anderen, ons ‘fragiele vogeltjes’ hebben weinig baat bij het mooie lenteweer, zij hebben het hele jaar door (medische) verzorging nodig. Naar hun gevoel valt na 31 maart “de laatste strohalm” weg, en al wat hen rest is de komende 8 maanden in kommer & kwel zien te overleven... tot de Wintershelters opnieuw de deuren openen.
We maken ons zorgen over enkelen onder hen die de moed dreigen op te geven, ze zijn te ziek of te zwak om nog te vechten: ‘welke hoop rest er hen nog in hun troosteloze bestaan’?, want zonder geldige verblijfspapieren val je overal tussen de mazen, heb je als mens nergens recht op, …is het nèt alsof je niet bestaat!
Dispatch SHELTER68, -Reintje-
maandag 12 maart 2012
Shelter 68, een opvangcentrum voor illegalen, ligt aan de Slachthuislaan – what’s in a name? – ver weg van de stad, in een troosteloze buurt, een buurt die wellicht nooit écht zal opleven. Gezelligheid is daar nooit de bedoeling geweest: industrie, een bandencentrale, autoverkoop…
Shelter 68 is ondergebracht in een gebouw dat ooit door een architect zonder inspiratie, of door een architect met duidelijke instructies van de administratie - droge functionaliteit -, is ontworpen. Een hoekig, langwerpig gebouw in bleekgele steen, met een verdieping over misschien één derde van de totale oppervlakte van het volledige gelijkvloers, ramen gevat in aluminium. Het meest opvallend zijn de felblauwe containers die naast het gebouw staan opgesteld en daarmee in verbinding staan. De containers behuizen de sanitaire inrichtingen. Naar wat ik hoor is dat - gezien de clientèle - geen overbodige luxe. Toch zijn de sanitaire voorzieningen behoorlijk uitgerust.
De tijdelijke verblijvers kijken niet naar de architectuur, ze willen het alleen maar warm hebben, eten, zich wassen, kleren wassen en slapen.
Bij de ingang loop ik recht op het kantoortje van de leiding uit. Daarin staan twee bureautafels en twee bedden. ’s Nachts is er natuurlijk een permanentie en in ploegen overnachten leden van de begeleiding in de instelling.
In het bureau liggen ook stapels badhanddoeken en washandjes. Shampoo en tandpasta wordt door de gasten zelf uit tubes in potjes gespoten, anders wordt er mee gemorst en het budget is niet van die aard om er uitbundig mee om te springen.
Misschien is het de ijzige koude op die sombere, grijze zondag die op het gemoed werkt, maar ik heb niet de minste zin om te anticiperen op welke opgewektheid van de tijdelijke bewoners dan ook. Zij hebben - een korte wijle - alle redenen om verheugd te zijn. Ze hebben de nacht in een warm bed doorgebracht, ze hebben zich kunnen wassen en een ontbijt genuttigd. Ze hebben hun kleren in één van de wasmachines kunnen stoppen. Maar om tien uur ’s morgens moeten ze weer naar buiten, de koude in. Waarschijnlijk vindt elk van hen dat niet eens een bezwaar: de stad intrekken en wie weet welk prachtig, kortstondig avontuur tegemoet en, misschien, welke ontvangst bij het eventuele bedelen. ’s Avonds kunnen ze, als ze dat willen, terugkeren naar die warme plek. En dat dagen na elkaar… tot 31 maart 2012, of tot er zich een andere bestemming aandient, of tot ze een retourticket krijgen naar het land van herkomst.
’s Avonds wordt er soep met brood aangeboden, zoveel ze willen. ’s Morgens is er koffie, thee, brood met gerantsoeneerd beleg, en confituur. Er is toezicht op het eten want in het begin van het project werden de gasten vrij gelaten. Ze morsten er op los dat het een schande werd. Dat verraadt ook weer een deel hun ingesteldheid. Nu wordt alles geteld. Zelfs het fruit, bijvoorbeeld appelsienen, wordt in partjes verdeeld. Hebben ze nog honger, dan eten ze brood met confituur.
Het project Shelter 68 is opgestart door de Stad Antwerpen op 1 december 2011 als – tijdelijke - opvang van illegalen. Allicht wilde het stadsbestuur een oplossing vinden voor de zich aanmeldende koude. Er was van alle kanten genoeg kritiek gekomen over het niet verlenen van hulp, vooral van de zachte en groene sector. De stad moest anticiperen en heeft dat op een bewonderenswaardige wijze gedaan.
Het is niet omdat het geheel gehuisvest is in de bovenaan beschreven inplanting, dat de idee die er achter schuilt niet welgemeend zou zijn en zich verschuilt achter prikkeldraad. Het gaat hem om de geboden hulp. Maar zoals me wordt gezegd: gestrengheid is geboden, altijd, het is aanhoudend opletten dat er geen loopje met de begeleiding wordt genomen. Die moet ervan uitgaan dat degenen die hier aanbelanden tot de laagste trap van de beschaving behoren, als ze die laagste trap al halen. Misschien mag het niet zo worden gezegd, maar de waarheid én de werkelijkheid mogen hun beloop hebben.
Er lopen individuen rond die meewillen, natuurlijk. En dan is het een opluchting om in die personen tijd te kunnen steken. En misschien krijg je respons.
Wat wél belangrijk is, is dat ze de eerste stap zetten naar eventuele integratie, dat wil zeggen: de bereidheid tonen de taal van het ontvangend land te leren. Daar staat de begeleiding op. Hoe zou je je kunnen inpassen in een nieuw land als je de taal niet spreekt of tenminste begrijpt? Hoe kan je deel gaan uitmaken van een nieuw land als je niet bereid bent de gewoonten en geplogenheden van dat land op te nemen? Daarvoor is de geboden tijd in Shelter 68 natuurlijk te kort. Ze komen ’s avonds binnen, wassen, eten en slapen en de leiding is er om een – zelden – dreigend brandje te onderdrukken.
Maar er zijn andere plaatsen waar intensiever aan de integratie kan worden gewerkt. En de weg daarnaartoe kan worden uitgelegd.
Vaak worden de illegalen van de straat gehaald door de politie en naar Shelter 68 gebracht. Dat is in feite de meest gangbare wijze om de weg naar ons te vinden. De politie kan hen brengen tot 3 uur ’s morgens.
Er zijn 80 slaapplaatsen en die liggen elke nacht vol. Oorspronkelijk waren er 50 voorzien maar door gebrek aan slaapplaatsen werden er bedden bijgezet in de eetzaal. Nood breekt nu eenmaal wet.
Op de eerste verdieping is ‘Outreach’ gevestigd, een afdeling zich bezig houdt met het onderzoek naar de staat en herkomst van de bezoekers. Dat is een moeizame, langdurige en soms een hopeloze zoektocht. Je moet een kat een kat noemen, je bent nooit zeker of diegene die voor je zit de waarheid spreekt, als je hem al verstaat.
Outreach houdt zich ook intens bezig met het zoeken naar vreemdelingen in straten en vooral in stations, tot in de diepe krochten op niveau –1 en –2 waar een doorsnee mens nooit een voet zet. Outreach wijst hun de weg naar de Shelter, maar ze kunnen niet dwingen.
In beginsel wordt van de illegalen verwacht dat ze zelf hun weg zoeken in onze maatschappij en een manier om zich in te passen. De Shelter tracht in de mate van het mogelijke hulp te bieden maar de marge is beperkt.
Er is samenwerking met Atlas in de Carnotstraat, een organisatie voor vreemdelingen die werkt aan taalleer, integratie en werk. Mensen die zich hebben aangeboden bij Atlas worden uitgenodigd om, indien ze dat willen, naar de Shelter, en een nuttige tijdsbesteding te hebben. Maar ja, dat is dan vooral in de logistiek en heel tijdelijk. Het is ook zeker niet de bedoeling dat ze zouden gaan denken dat het een vaste job is en zich daarin nestellen. Iets anders kan hen niet worden aangeboden. Het is trouwens al positief als ze daarin willen meegaan. Hoe je het ook draait of keert, zegt een medewerker, als wij ze hier niet éven aan het werk kunnen krijgen, wat zouden ze dan in de privé-sector of elders gaan zoeken?
Shelter 68 biedt ook de kans aan strafrechtelijk veroordeelden, die een werkstraf zijn opgelegd, deze straf in de instelling te volbrengen. Voorts komen er ook ex- verslaafden aan bod. Zij houden de boel proper en naar verluid doen ze dat met verve. Daarom wordt ook positief gereageerd op die tijdelijke helpers. Het komt hier op neer: geef een mens een zinvolle tijdsbestijding, een werk waarmee hij zich nuttig voelt en het wordt een heel ander mens.
Het is duidelijk: de werking van Shelter 68 is, zoals andere sociale instanties, dringend nodig. En de betrachting is veelwaardig. De illegalen worden van straat gehaald en, we moeten er geen doekjes om winden, het is een doorgedreven manier om een oog in het zeil te houden en op een menselijke wijze een groep mensen, die anders stuurloos in en onder de stad zou rondwaren, te controleren. Een maatschappij mag én moet zich indekken en beschermen.
Er is één minpunt aan het project maar wel een belangrijk item: het project is beperkt in duur. Op 31 maart 2012 zal het ophouden te bestaan. Maar de toestroom van vreemdelingen en de daarmee gepaard gaande problematiek zal niet ophouden, wel in tegendeel, het zal steeds in opgaande lijn gaan. Er zal geen einde komen aan de illegale immigratie. En de problemen zullen daarmee eveneens toenemen. Het is niet omdat mag worden verondersteld dat op 1 april de koude wel zijn ergste uitwassen zal hebben gehad en de lente en de warmte enig soelaas zal brengen, dat daarmee de mensen weer aan de straten moeten worden toevertrouwd. Dat ze weer duistere sluipwegen en donkere holen gaan opzoeken.
Dit zou pas betekenen dat het gedurende maanden verrichte werk en het opgezette netwerk voor niets is geweest, dat het in het beste geval zou gaan sluimeren, om de draad opnieuw op te nemen op 1 december 2012.
We moeten goed beseffen dat aan de instroming geen einde komt, zeker niet in Europees verband, en al zeker niet in de huidige wereldconstellatie.
Mensen uit Afrika, uit Afghanistan, Syrië, Egypte, Libië… hebben geen boodschap aan de melding dat Europa in een diepe, financiële crisis is gesukkeld en zelf kampt met enorme problemen. De illegalen zijn dergelijke toestanden en erger gewend. Voor hen is Europa én België nog altijd een plaats waar er wat te krijgen valt. In alle geval is het beter dan het thuisland. Dus zullen ze de overstap blijven zetten. Ze verliezen er niets bij, zelfs niet eens een geschonden illusie. Al moeten ze in stations slapen op niveau’s –1 en –2, ze horen tenminste geen kogels meer.
Het woord is aan de politici, zij hebben de gegevens geschapen, ze moeten ook de verdere gevolgen en onder ogen zien en de verantwoordelijkheid dragen.
De stad Antwerpen moet zich richten op de toekomst. Misschien zou er een nieuwe, blijvende locatie moeten worden gezocht, ergens meer stadinwaarts, een plaats ook waar meer onderkomens kunnen worden ondergebracht. We mogen de ogen niet sluiten voor een dringende nood die gestaag zal stijgen.
Indien de aangevatte reactie van de Stad Antwerpen en de gevolgde werkwijze niet worden bestendigd is de enige weg die nog rest: het creëren van oncontroleerbare en ongecontroleerde ghetto’s, met alle gevolgen van dien. Iedereen heeft een vermoeden van wat een dergelijke situatie inhoudt: het is de kortste en snelste weg naar wetteloosheid, wederrechtelijk gedrag. Is iedereen bereid daarmee te leven, elke dag een ernstig gevoel van onbehagen en onveiligheid te ondergaan?
maandag 5 maart 2012
Laatste maand
We zijn aan onze laatste maand begonnen. 150 mensen zijn intussen de revue gepasseerd, sommigen voor een nachtje, anderen bleven weken tot maanden plakken. Bij elke naam zie ik een gezicht, een verhaal, een shelter-anecdote -soms ontroerend, soms grappig, soms vervelend, maar nergens een blanco pagina. Ongemerkt kruipen ze onder onze huid, al die kwetsbare zieltjes, en dringt de vraag zich op : wat in april? Terug naar het station of het St. jansplein? Terug aan de drugs om de straat te vergeten? Het voelde goed om 'ons mannen' onder onze vleugels te hebben, te weten wie is gaan solliciteren en wie op zoek ging naar een woonst, te delen in de vreugde bij een geslaagde zoektocht en een knuffel of een gesprek als het even niet meezat. Wie gaat dat volgende maand doen? Wat gebeurt er met ons mannen als de shelters sluiten?
dinsdag 21 februari 2012
Laatste avond
Geschreven door iemand tijdens zijn laatste avond in shelter Boomerang
Afscheid nemen van een tijdelijke haven
Verdwijnen van vrienden die jouw lasten konden dragen
Een overgang ten goede met een licht, wrang gevoel
Lang terugdenkend aan helpers op die ene witte stoel
Af en toe dat fijne gesprek, die innige omhelzing
Nimmer vergetende de microscopische samenleving
Met een lichte pijn in 't hart blijf ik even stilstaan
Op weg naar verlichting, een nieuw bestaan
Verdwijnen van vrienden die jouw lasten konden dragen
Een overgang ten goede met een licht, wrang gevoel
Lang terugdenkend aan helpers op die ene witte stoel
Af en toe dat fijne gesprek, die innige omhelzing
Nimmer vergetende de microscopische samenleving
Met een lichte pijn in 't hart blijf ik even stilstaan
Op weg naar verlichting, een nieuw bestaan
donderdag 16 februari 2012
Regels, sancties en menselijkheid
Shelter 68 moet leefbaar blijven, dus er zijn huisregels, wie die overtreedt krijgt een sanctie. Zo simpel is het! Ik duid ze aan op de lijst in het in blauw. Roken in de shelter 1 nacht sanctie. Een blikje bier drinken: 1 nacht sanctie. Een bus scheerschuim stelen 1 nacht sanctie,…. Vaak futiliteiten, soms ook erger. Ik noteer ze. De shelter moet leefbaar blijven. Maar het doet zeer, iedere blauwe naam van de man die honger, dorst en kou heeft. Ik haat dat blauw.
Maar soms helpt poëzie, het doet ons nadenken:
Het is vreselijk
De tik van het hardgekookte ei op de marmeren toog
Het is vreselijk dat geluid
Als het woelt in de herinnering van de man die honger lijdt
Vreselijk is ook de kop van de man
De kop van de man die honger lijdt
Als hij om zes uur in de ochtend
Zich spiegelt in de winkelruit
Een stofkleurige kop
Maar hij kijkt niet naar zijn kop
In de winkelruit van de keurslager
Hij heeft lak aan zijn kop die man
Hij denkt er niet aan
Hij mijmert
Hij verbeeldt zich een andere kop
Bijvoorbeeld een kalfskop
In een zure saus
Of een kop van eender wat dat eetbaar is
En hij beweegt zachtjes zijn kaken
Zachtjes
En zachtjes knarsen zijn tanden
Want de wereld zit hem op zijn kop
En hij kan niets tegen die wereld
En hij telt op zijn vingers een twee drie
Een twee drie
Drie dagen dat hij niet heeft gegeten
En zelfs al zegt hij al drie dagen
Dat kan niet blijven duren
Het blijft maar duren
Drie dagen
Drie nachten
Zonder eten
En achter die ruiten
Die pasteien die flessen die conserven
Dode vissen beschermd door blik
Blik beschermd door glas
Glas beschermd door een flik
Een flik beschermd door angst
Zoveel barricaden voor zes arme sardienen…
En wat verder het café
Koffie met room en warme croissants
De man wankelt
En binnen in zijn kop
Een mist van woorden
Een mist van woorden
Sardienen die vullen
Hardgekookt eitje koffie met room
Koffie met scheutje rum
Koffie met room
Koffie met room
Koffie met moord met scheutje bloed!...
Een man van aanzien in zijn wijk
Werd midden op de dag gemold
De moordenaar de vagebond heeft hem
Voor twee frank gerold
Hetzij een koffie met scheut
Zeventig centimes
Twee boterhammen
En vijfentwintig centimes fooi voor de ober
Het is vreselijk
De tik van het hardgekookt ei op de marmeren toog
Het is vreselijk dat geluid
Als het woelt in de herinnering van de man die honger lijdt.
Gedicht: Jacques Prevert
Bijdrage: Marijke, dispatch
woensdag 15 februari 2012
Getuigenis 2
Ik zou hier graag mijn verhaal vertellen. Ik ben Fred en ik ben dakloos. De reden dat ik in deze situatie ben terecht gekomen is deze:
In 2004 heb ik in Nederland een vrouw leren kennen. Ze had een dochtertje van 1,5jaar. Zij was een pracht van een vrouw en de dochter was een schat van een kind. We hadden toekomstplannen dat ik bij haar in Zegge zou gaan wonen. We hadden zelfs trouwplannen. In 2008 gebeurde er iets tragisch. De dochter was geboren met een hartafwijking en dat is haar in november 2008 fataal geworden. Onze kleine prinses is nog geen 6 jaar geworden. Dit was voor ons beide een hele zware klap. Toen ons gezegd werd dat die afwijking erfelijk was moest Brenda zich ook laten onderzoeken en zij had ook een hartafwijking en moest dringend geopereerd worden. De 1ste operatie was goed verlopen. Maar ze moest nog een 2de keer onder het mes. En die 2de keer is haar helaas fataal geworden.
Mijn wereld stortte in. De grond werd onder mijn voeten weggetrokken. Onze toekomstplannen ineens weg. Mijn verdriet was en is nog steeds groot. Ik zag het allemaal niet meer zitten: ik gaf mijn woonst op, mijn werk, noem maar op. Geen mens wist waar ik zat. Ik heb 2 jaar rondgedoold (op straat, bij vrienden). Ik heb in die tijd 3 vriendinnen leren kennen die elke vrije moment die ze hadden op me ingepraat hebben. Dat ik niet mocht opgeven en hulp moest zoeken...
Uiteindelijk ben ik bij De Steenhouwer terechtgekomen. Na wat aarzelen ben ik mijn verhaal gaan doen. Ik ben in tranen ingestort. De medewerkster van De Steenhouwer was zo aangedaan dat deze gelijk ging rondbellen voor een slaapplaats. Ik ben toen terechtgekomen hier in de Boomerang. Ik werd met open armen ontvangen. Ook hier vloeiden er tranen als ik mijn verhaal vertelde. Ik kreeg een warm bed, warme koffie en eten (ook al eet ik bijna niet). Maar dat houden ze in de gaten. Als ik een slecht moment heb staan ze klaar voor een babbel.
Momenteel ben ik zelfs vrijwilliger in De Steenhouwer. Met veel plezier, want ik help graag mensen. Met dit verhaal op deze blog wil ik niet de bevoegde ministers bedanken, ik wil al de mensen van zowel De Steenhouwer, de Boomerang of wat voor persoon of organisatie ook die dit werk doen en mogelijk maken bedanken.
Het zijn zij die een dikke warme knuffel verdienen van mij en als het kon ook een standbeeld. Als al die mensen die hulp bieden er niet waren dan had die bevoegde minister ook geen job meer.
Tot slot wil ik dit nog zeggen. Telkens ik nu slecht nieuws krijg zeggen ze hier: “Er is nog een beetje hoop. Geef niet op.” Ik redeneer als het Duitse voetbal. Als “Die Mannschaft” er slecht voor staat geven ze pas op als het laatste fluitsignaal is gevallen.
Ik als Duitser geef nu pas op als bij mij het laatste fluitsignaal is gevallen. En als het me slecht gaat dan trek ik naar Centraal Station. Perron 5 waar toen de trein Roosendaal kwam. Daar haal ik de mooie herinneringen boven die mijn vrouw, dochter en ik hadden...
Fred
Abonneren op:
Posts (Atom)